Lopen met gesloten ogen

Wilma Beukhof

COLUMN


Een maand geleden meldde onze oudste zoon op maandagavond dat hij niet zo lekker was. De vrijdag ervoor was een collega ziek geworden die hem op donderdag naar de trein had gebracht met zijn auto. Diezelfde maandagavond begon ook mijn man te hoesten. Ook hij  had nauw met een collega samengewerkt die in het weekend ziek was geworden en positief was getest op het Covidvirus. En ja hoor, zowel man als zoon waren besmet. En voordat wij het ons realiseerden en ze in zelfisolatie gingen, hadden ze samen ook mij en de andere twee kinderen besmet. Binnen enkele dagen bleken we allemaal positief te zijn en zaten we dus ‘gezellig’ met zijn allen in quarantaine.

Het heeft zo zijn voordelen als je allemaal tegelijk ziek wordt. De mate waarin verschilt, dus als iemand even uitgeschakeld is, kan een ander sommige bezigheden wel overnemen. Zo heb ik in de eerste dagen best behoorlijk  hoge koorts gehad, en mochten de kinderen, die lang zo ziek niet waren, even de was ophangen. Toen mijn man eigenlijk amper bij de wc kon komen vanwege de kortademigheid, ging een van de jongens even zijn schapen tellen. Omdat we toch allemaal ziek waren, hoefde er niemand op zijn kamer te blijven, maar konden we rustig samen eten, voor zover we daar trek in hadden dan.

Maar verder ligt wel ineens je hele leven buitenshuis stil. We hadden kittens die oud genoeg waren om weg te gaan, maar dat kon natuurlijk niet. Je mag tenslotte geen contact hebben met buitenstaanders. Onze jongste zoon kon de meeste lessen online volgen toen hij geen hoge koorts meer had. Hij had alleen in de herfstvakantie willen werken bij een kweker, maar dat ging helaas niet door. Onze dochter heeft haar colleges toch allemaal online, dus dat maakte voor haar geen verschil, maar haar vriend ontmoeten, ging natuurlijk niet. Mijn collega’s wisten me via mail en app ook wel te vinden. Boodschappen doen ging niet, maar AH kwam tot twee keer toe met een grote vrachtwagen mijn bestelling brengen. En de keer dat we daar geen datum voor konden plannen, was onze oudste zoon alweer een aantal dagen klachtenvrij en kon hij de boodschappen doen (over Leiding gesproken!).

Inmiddels zijn we bijna allemaal weer klachtenvrij, op mijn man na. Hij heeft het best wel behoorlijk te pakken gehad; zelfs de huisarts belde geregeld hoe het was. Maar zelfs nu hebben we nog het gevoel dat we flink afstand moeten houden van anderen. Dat kan natuurlijk geen kwaad, maar je kunt je zo wel iets voorstellen van hoe de melaatsen uit de Bijbel zich moeten hebben gevoeld: “Melaats, melaats!”

En dan is het begin november dankdag. Dankdag in crisistijd. Je hebt de neiging om alleen maar naar de negatieve dingen te kijken, naar alles wat er sinds biddag is gebeurd: Covid, aanslagen, eenzaamheid, complottheorieën en agressie. Kerkdiensten die alleen op inschrijving zijn te bezoeken, bruiloften die afgelast of heel erg verkleind moesten worden, begrafenissen die je alleen online kunt volgen. Geen knuffels uitdelen aan je naasten, en nog veel meer.

Maar juist dan is het goed dat er een dankdag is. Toen mijn opa en oma dertig jaar getrouwd waren (heel lang geleden), moesten mijn zusje en ik als oudste kleinkinderen van 8 en 6 het lied zingen: “Tel uw zegeningen.” Toen zei het ons niet zoveel, maar nu des te meer. Tel uw zegeningen, een voor een, en je ziet Gods liefde dan door alles heen. Op dankdag was het de eerste keer dat onze zoon en ik na onze ziekte weer naar de kerk konden, en namens de gemeente de lofzang mochten zingen. Dat het juist op dankdag was, gaf er wel een extra dimensie aan. In de afgelopen maanden hebben mijn man, dochter en ik alle drie onze (bij)baan behouden, en vonden de jongens allebei een vaste c.q. bijbaan. We hebben mijn schoonmoeder een tijd niet mogen bezoeken, maar gelukkig woont zij in het verzorgingstehuis op de begane grond en kon er dus geraambeld (hmm, vreemd woord, net zoals gestofzuigd) worden. Er zijn ook in de maatschappij veel initiatieven ontplooid om elkaar bij te staan. Allemaal glimpjes van Gods liefde. Het loopt Hem niet uit de hand, al lijkt het soms wel zo.

De proponent die bij ons in de gemeente de middagdienst hield op dankdag, gaf voor de kinderen het voorbeeld van geblinddoekt ergens heen lopen. Dat is eng. Maar niet als je aan de hand van je vader loopt. Die leidt je wel om de obstakels heen.

Heer, ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: Waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom.

Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen, naar het onbekende land.

Wilma Beukhof, 12 november 2020