Psalm 23

MET PSALMEN DE CRISIS DOOR (5)

Ds. Sieb Lanser


Beste gemeenteleden,

Ziekenhuis St. Jansdal in Flevoland zet virtual reality-brillen in om stress bij zorgmedewerkers te verminderen. Zij zijn in deze coronacrisis extra belast. Het ziekenhuis laat medewerkers via de brillen bewegende natuurbeelden zien. Ze zwemmen tussen dolfijnen of zitten op het strand aan een kabbelende zee. De beelden en geluiden zijn zeer rustgevend. Medewerkers moeten de bril zo’n tien tot dertig minuten per dag opzetten.
Zou het lezen of horen van psalm 23 ook kunnen helpen? Misschien voel je je onderdeel van een rustgevende schaapskudde. Het klinkt stress reducerend: Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water.

Psalm 23 is al jaren een topper in lijstjes van favoriete Bijbelteksten, klinkt aan ziekbedden en bij uitvaarten. Een voormalige collega werd in het crematorium de ‘schaapjesdominee’ genoemd, omdat hij bij uitvaarten bijna altijd met psalm 23 op de proppen kwam.
De psalm lijkt een idyllisch plaatje te schilderen, maar de dichter weet heus wel van het donker; het is geen goedkoop hallelujaliedje. Hij kent het donkere dal uit eigen ervaring en hij weet zich door vijanden omringd. Wie zijn dat, die vijanden? Het kunnen mensen van buiten zijn die je achterna zitten. Maar het kan ook een onzichtbaar virus zijn. Of ervaringen of gedachten die leven in je eigen ziel: verdriet, eenzaamheid, gemis, angst. Er is genoeg reden om te belijden dat de Heer je herder niet is.

In de paasviering heb ik gezegd dat de woordjes ‘en toch’ mijn meest kernachtige geloofsbelijdenis vormen. Ondanks de weerbarstigheid van het leven gelooft de dichter van psalm 23 toch in Gods aanwezigheid, toch dat het leven sterker is dan de dood, dat het licht het zal winnen van het donker. Hij belijdt: al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij. De psalm begint in de derde persoon: Hij laat mij rusten in groene weiden, maar nu gaat hij over op de tweede persoon: U bent bij mij. Zo’n belijdenis kun je eigenlijk alleen maar zélf tegen God zeggen.

Het klinkt als een kinderlijk vertrouwen. Maar niet een kinderlijk vertrouwen dat hij behouden heeft; hij heeft het herwonnen. Je moet, naar het woord van Jezus, ook niet blíjven als een kind, maar wórden als een kind. In de loop van je leven moet je door dalen heen. Er verschijnen mensen in je leven die je benauwen, gedachten die je kwellen, dierbaren die je moet afstaan aan de dood of aan het leven, een pandemie die je niet eerder hebt meegemaakt. Je kunt je geloof van vroeger niet ongebroken meenemen. Je moet het zien te herwinnen tot je het zelf weer opnieuw kunt zeggen: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

In ons liedboek staat een door Joke Brandsma op melodie gezette tekst van Karel Eykman, lied 23d:

Was ik een schaap, was Hij mijn herder,
was ik een schaap, Hij bracht mij verder
naar ’t frisse gras en even later
waar water was, fris helder water
naar de overkant, naar het beloofde land,
waar je drinken kon zo van de bron.

En was ik stom, ging ik verdwalen,
Hij keerde om om mij te halen.
Ik wist: zolang als Hij er bij was
was ik niet bang, als Hij maar bij mij was
aan de overkant, in het beloofde land,
waar je drinken kon zo van de bron.

Hij leidde me dan langs diepe ravijnen,
ik schrok niet van gevaarlijke zwijnen.
Hij hield mij ver van wilde dieren,
Hij hielp me door heel diepe rivieren
naar de overkant, naar het beloofde land,
waar je drinken kon zo uit de bron.

Ik voelde me goed, kon op Hem bouwen,
ik kreeg weer moed, had weer vertrouwen,
was ik een schaap, was Hij mijn herder,
was ik een schaap, Hij bracht mij verder
naar de overkant, naar het beloofde land,
waar je leven kon vlak bij de bron.

Het lied heeft als titel ‘Vrolijk schaap’. Ik wens ons allen toe dat we – ook al is de rest van de kudde momenteel op afstand – een vrolijk schaap kunnen zijn.
En ook een herder voor elkaar.

Met een hartelijke groet,
Sieb Lanser