Aswoensdag

Aswoensdag is een katholieke feestdag, die ook andere christenen tegenwoordig soms vieren. Aswoensdag is de eerste dag van de Veertigdagentijd. Het valt op de woensdag precies 46 dagen voor Paaszondag. Deze hele periode heet de Veertigdagentijd.
Op deze dag zet de priester met as een kruisje op het voorhoofd van de kerkgangers, om hen aan te sporen tot bezinning, boete en bekering.

Paasvasten

In de katholieke Kerk werd het in de tweede eeuw gangbaar om ter voorbereiding op Pasen te vasten. Aanvankelijk vastten christenen alleen de drie dagen direct voorafgaand aan Pasen, later werd dat uitgebreid naar de hele Goede Week. Pas op het einde van de derde eeuw kwamen de veertig dagen voor Pasen in zwang als een doorlopende tijd van vasten en boete, naar analogie van de veertig dagen die Jezus zelf vastend in de woestijn had doorgebracht. Gedurende de drie laatste dagen van de Veertigdagentijd onthield men zich volledig van voedsel.

Aanvang Veertigdagentijd

Omdat in de Kerk op zondagen niet werd gevast bepaalde paus Gregorius de Grote (590-604) dat de Veertigdagentijd voortaan 46 dagen voor Pasen moest aanvangen. Zo bleven er, na aftrek van de zondagen, tot Pasen veertig werkelijke vastendagen over. Door de bepaling van Gregorius de Grote ving de de veertigdaagse Vasten voortaan aan op een woensdag: Aswoensdag.

Askruisje

Op Aswoensdag ontvangt de gelovige in de Mis die het officiële begin van de veertigdagentijd markeert, het zogeheten ‘askruisje’. De priester zet met as op het voorhoofd van de gelovige een kruisje, ten teken dat hij een tijd van bezinning, bekering en boete ingaat.
Het askruisje heeft een rijke en complexe symboliek. Globaal zeg je ermee zoiets als: ‘Mijn leven is beperkt, ik maak fouten, maar ik hoor bij Jezus en ik wil het anders doen.’ Oftewel: ‘Ik ben as en Jezus werd as voor mij.’

  • Openbare boete
    De huidige Aswoensdag-praktijk is een verkorte versie van de asbestrooiing die in de vroege Middeleeuwen openbare zondaars ten deel viel. Zondaars die volgens kerkelijk recht of kerkelijk gebruik een openbare boetedoening was opgelegd, werden op Aswoensdag tijdens een indrukwekkende plechtigheid met gewijde as bestrooid. Daarna werden zij door de priester naar de deur geleid en de kerk uit gestuurd, zoals de eerste mensen vanwege zijn zonde uit het paradijs werden verdreven. Tot Witte Donderdag werd de boetelingen de toegang tot de kerk en deelname aan de eucharistie ontzegd. In de elfde eeuw raakte de openbare boetedoening in onbruik. Voortaan werden op Aswoensdag alle gelovigen met as bekruist, vanuit de gedachte dat alle mensen zondigen ten opzichte van God en hun naasten.
  • Vergankelijkheid en zuiverheid
    Dat op Aswoensdag een kruisje met as gezet wordt, is goed te verklaren. As herinnert namelijk aan de vergankelijkheid van ons leven. Daarnaast is as ook door het vuur gezuiverd: een beeld voor de zuivering van onze Zonden die Christus door zijn dood heeft bewerkstelligd.
Verplicht vasten

Net als Goede Vrijdag is Aswoensdag in de meest recente editie van het kerkelijk wetboek als algemeen verplichte vastendag voorgeschreven (canon 1251). De Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft daarbij in 1989 aangetekend: “Wij bepalen dat Aswoensdag en Goede Vrijdag dagen van verplichte vasten en onthouding in spijs en drank zijn en dat verder het bepalen van de wijze van de beoefening van boete en onthouding aan het eigen geweten en initiatief van de gelovigen wordt overgelaten.”