Instrumenten: orgels / vleugel
Hoofdorgel

Dispositie
| Hoofdwerk (manuaal 1) | Borstwerk (manuaal 2) | |
| – Prestant 8′ – Roerfluit 8′ – Octaaf 4 – Sequialter 2⅔ ‘(1-2 sterk)* – Nachthoorn 2′ – Mixtuur 1½ (4-5 sterk) – Trompet 8’ |
– Holpijp 8′ – Prestant 4′ – Roerfluit 4′ – Octaaf 2′ – Quint 1½’ – Scherp ⅔’ (4-5 sterk) – Regaal 8′ – Tremulant |
|
| Pedaal | ||
| – Prestant 16′ – Bourbon 16′ (1962) – Octaaf 8′ – Octaaf 4′ – Mixtuur (2-4 sterk) – Bazuin 16′ |
– Koppelingen: Hoofdwerk aan pedaal – Manuaalkoppeling
– Zweltrede voor het Borstwerk
– Mechanische sleepladen
– Manuaalomvang: C-f3
– Pedaalomvang: C-f1
* bij halve registerstand: Spitsquint 2⅔’, Tertskoor vanaf g0, 1991
Kistorgel
Het kistorgel is in 2008 gebouwd door Henk Klop (Garderen).
Dispositie
– Holpijp 8′ bas / discant
– Fluit 4′ bas / discant
– Nasard 3′ discant
– Fluit 2′ bas / discant
Alle pijpen zijn uit hout vervaardigd.
Geen pedaal
Mechanische sleeplade
Transpositieklavier (a1 = 415 Hz, a1 = 440 Hz, a1 = 465 Hz.)
Manuaalomvang: C – f3
Vleugel


In het voorjaar van 2020 heeft de firma Van Kerkwijk de vleugel voorzien van nieuwe snaren, waarbij de bassnaren ook weer opnieuw met koperdraad zijn omsponnen. De oorspronkelijke stempinnen zijn vervangen door iets dikkere. Ook de agraffes zijn vernieuwd.
De vleugel blijkt goed te voldoen bij de ondersteuning van de gemeentezang: elke dienst begeleidt de cantor-organist een of meer liederen erop. Echt goed tot zijn recht komt de vleugel bij concerten, zowel bij die van zangduo’s als bij instrumentale kamermuziek als bij solospel.


