De Twaalf apostelen in de Kruiskerk

Pilaarschilderingen

Toen de Kruiskerk gebouwd werd in 1951 koos men ervoor om de stalen dragende kolommen in de kerk te laten beschilderen. De kunstenaar Jan Ooms (1915-1975) werd hiervoor aangetrokken. Hij bracht menselijke figuren aan waarbij namen zijn aangebracht bij apostelen en evangelisten. Welk idee schuilt er achter dit concept en zijn er inderdaad twaalf apostelen afgebeeld?

Inspiratie

Ooms liet zich inspireren door teksten uit de Bijbel waarbij Christus het fundament van het geloof en de twaalf apostelen de pilaren van de kerk genoemd worden. Hij dacht ook aan de namen van de twaalf apostelen op de grondstenen van het nieuwe Jeruzalem, zoals vermeld in Openbaringen 21. De gemeenteleden van de kerk zag hij als levende stenen die gevoegd zijn tussen fundament en pilaren. Ook zag hij een verband met de twaalf zonen van Jacob, de stamvaders en de fundamenten van
het volk Israël.

Wie staat waar afgebeeld?

Aan de hand van de plattegrond van de kerk kijken we naar de afbeeldingen op de elf pilaren en op de buitenzijde van de galerij.

Christus (6)

Recht achter de preekstoel zien we Christus met op zijn hoofd een doornenkroon en met doorboorde handen en voeten. Het lam onderaan de pilaar is verbonden met een staf die bovenaan weer tevoorschijn komt en eindigt in een kruisvorm. Een banier kronkelt rond het lichaam van Christus naar beneden. Het kruis is symbool van overwinning op de dood en de banier symbool van de opstanding. Christus kijkt niet recht vooruit, maar iets naar rechts.

Evangelisten (5 en 7)

Aan weerszijden van de Christusfiguur zijn de vier evangelisten afgebeeld. Zij hebben alle vier op hun eigen manier het leven van Jezus vastgelegd. Op beide pilaren zijn daarom boekrollen te zien. De evangelisten zijn afgebeeld met hun symbolen. Matteüs met een mens of engel (in het midden), Marcus met een leeuw (onderaan) (5).
Johannes en Lucas zijn afgebeeld met een adelaar en een rund (7). Opvallend is een zekere symmetrie tussen beide pilaren, te zien in de houding van de voeten (onderaan) en de handen van Marcus en Lucas die een pen vasthouden, de een in de linkerhand, de andere in de rechterhand.

1. Jacobus Minor
2. Bartolomeüs
3. Andreas
4. Petrus
5. Marcus
6. Christus
7. Johannes
8. Jacobus Major
9. Judas Taddeüs
10. Tomas
11. Simon Zelotes

 

 

 

 

Apostelen

Op de pilaren 1, 4, 8 en 11 zijn apostelen te zien met een visnet in hun handen. Deze pilaren vormen met elkaar een vierkant in het schip van de kerk, waar de gemeente samenkomt. Apostelen als vissers van mensen, zoals Jezus hen bij hun roeping had aangesproken. Van deze apostelen waren in elk geval Petrus en Jakobus Minor oorspronkelijk ook visser van beroep.

Afgebeeld zijn:

Jakobus Minor (de Mindere) (1)
met in zijn linkerhand een pen: de brief van Jakobus wordt aan hem toegeschreven.
Hij was leider van de christelijke gemeente in Jeruzalem. Onderaan zijn figuren uit Jeruzalem te zien.

Petrus (4),
ook een briefschrijver, met pen in de rechterhand. In zijn eerste brief roept hij op tot eenvoud en verzet zich tegen de luxe van zijn tijd. We zien een Romeins veldheer in al zijn pracht en praal en een geestelijke.

Jakobus Major (de Meerdere) (8).
Hij was leider van de gemeente in Jeruzalem, maar werd in 44 door Herodes onthoofd. Jakobus de Mindere volgde hem op. Op de pilaar staan o.a. priesters uit Jeruzalem. Een van hen heeft een zevenarmige kandelaar in zijn hand.

Simon Zelotes (11).
De Zeloten verzetten zich tegen de Romeinen bijvoorbeeld door geen belasting te betalen. Op de pilaar zien we een Romein en Jezus die Simon – met zwaard in de hand – terechtwijst en hem maant geen kwaad met kwaad te vergelden. Dan zijn er nog vier pilaren over in het schip die gemeenschappelijk hebben dat er onderaan een bouwwerk staat, waarvan de toegang te zien is. Als je hier doorheen gaat, kom je in de plaatselijke cultuur terecht waar de apostelen hun werk deden. Dat staat
erboven afgebeeld.

Bartolomeüs (2)
zou als prediker in Armenië zijn geweest. We zien hem met een kruis in zijn linkerhand omringd door mensen in de lokale dracht. Het bouwwerk met de zuilen en halfronde bogen verwijst naar de Armeense bouwwijze van kerken.

Andreas (3).
De afbeelding verwijst naar zijn prediking in Griekenland. We zien een Griekse tempel met zuilen, met daarboven een architraaf, fries en driehoekig fronton. Verder een Grieks-orthodoxe priester en Griekse vrouwen. Een van de figuren heeft een kruis in de hand.

Judas Taddeüs (9).
Van hem wordt gezegd dat hij in Perzië werkzaam was, het huidige Iran. Het bouwwerk onderaan wekt de suggestie van een Perzische tempel met de verhoogde kapitelen. Ook hier zien we volkstypen in lokale dracht. Tomas (10) zou in India geweest zijn. De ojiefvormige poort in het gebouw verwijst naar de architectuur in dat land. Tomas staat afgebeeld te midden van lokale figuren.

Op de galerij (12) zijn gezien vanuit de kerk afgebeeld: Paulus (midden).
We zien hem op het moment van zijn bekering als hij op weg is naar Damascus om de christenen te vervolgen. Hij krijgt dan een visioen en in Handelingen 9 staat dat hij omstraald werd door licht. Op de schildering lijkt het wel alsof hij zich voor dit felle licht wil afschermen. Links zien we een slang met een appel op zijn kop, verwijzing naar satan en de zondeval. Maar satan heeft verloren. Rechts van Paulus  ien we een schip en Paulus met een kruis in zijn hand op weg om de blijde  boodschap te verkondigen.

Filippus (rechts) doopt geknield  de kamerling (kamerheer) van de koningin van Ethiopië. We zien een donkergetinte man half in het water staan. Boven hem de duif van de Geest. Ooms zegt hierbij zelf: het licht overwint het duister (het donkere leven van de heidenwereld).

Judas Iskariot (links) wordt omstrengeld door de slang van het kwaad. Onderaan zien we geldbiljetten waarvoor Judas zijn Meester heeft verraden. De duisternis wint het hier van het licht. Opgeteld zijn er elf apostelen afgebeeld. Van de twaalf apostelen uit de traditie (Marcus 3) ontbreken: Johannes en Matteüs (Levi). Paulus is echter toegevoegd maar hij wordt vaak als dertiende apostel gezien. Het ging Ooms dus kennelijk meer om het idee van een verwijzing naarhet getal twaalf dan om de letterlijke uitbeelding.

Van materie naar geest
De pilaren laten naar boven toe een steeds grotere mate van abstractie zien. Beneden gebouwen, visnetten, daarboven taferelen uit het dagelijks leven met de apostelen aan het werk, daarbovenuit rijzen meer geabstraheerde, een beetje geometrische figuren op  en daarboven het inspirerende vuur en een duif. Je zou het als een proces van vergeestelijking kunnen zien.

Over Ooms las ik dat hij in zijn ontwikkeling als kunstenaar een proces van figuratief naar abstract doormaakte. Hij heeft veel gewerkt met glas-in-lood en kenmerkend voor hem zijn de grote ogen van de figuren. Dat is op de pilaarschilderingen ook goed te zien. Oriëntatie De Kruiskerk is georiënteerd op het oosten, waar de zon opgaat en het licht vandaan komt. Als je de kerk doorloopt, word je als het ware door de blikrichting van de apostelen geleid naar de Christusfiguur in het midden in de afsluiting van de kerk.

Bronnen:
Toelichting op de pilaarschilderingen in de Kruiskerk/ J. Ooms [ca 1951].
De schilderingen in de Kruiskerk in Amstelveen. Tekst: Peter van Schaijk.
Foto’s: Cees Grootjen. Brochure, 2016